Je weet het

In honderd woorden
en op zoveel
verschillende manieren
Heb jij mij
proberen te zeggen
dat ik jou niet
mag versieren

Maar lief
al heb je meer
dan duizend argumenten
Stiekem voel jij
toch ook
al die mooie
momenten?

Eigenlijk weet jij
dondersgoed
Dat ik het ben
die wat met je doet.

sproeten

Nooit genoeg sproeten

De zon staat hoog en brandt mijn sproeten dieper in mijn huid. Het is een prachtige dag om te smelten op het terras, want zolang hij tegenover me zit, zit ik als vastgevroren aan mijn stoel. Ik kijk naar hem, zijn gezicht is gebruind en net als dat van mij bezaaid met onvolmaakte vlekjes. Ze zijn nooit precies rond, geen enkel figuur is hetzelfde en het zijn er nooit genoeg. Ze perfectioneren zijn gelaat en weerspiegelen zijn ondeugd. Lees verder

Verhaaltje voor de dorst Lara

Verhaaltje voor de Dorst

Het is middernacht en de balkondeur staat open. Ik zit naakt in de deuropening, mijn voeten rusten op de houten vlonder van het balkon en mijn zak ligt zwaar op de aluminium drempel. – Uit “Lizzy”

Een tijd geleden las ik mijn verhaaltje “Lizzy” voor in Quartier Putain tijdens Verhaaltje voor de Dorst. Het hele verhaal lees je op Verhaaltjevoordedorst.nl

Afbeelding: CC: Scarleth Marie

roze wolk

Roze bubbel

Iedereen wist altijd meteen dat wij bij elkaar hoorden. We zeiden niets, ze zagen het aan onze lichaamstaal. Een enkeling meende ooit een aura te zien. Een grote roze wolk vol glitters, die ons als een bubbel omsloot. Klinkt als een soort My Little Pony-droom, maar stiekem ook als muziek in mijn oren.

Hij en ik voelden het vanaf het moment dat we elkaar voor het eerst vluchtig in de ogen keken. Zijn hand werd als wijze van een introductie in de mijne gedrukt en voorzichtig loodste hij mij door de menigte. Toen we een wat rustiger plekje vonden, stelde hij zich voor door zijn warme lippen op mijn hand te duwen. “Aangenaam,” zei hij en ik bloosde, iets wat ik eigenlijk nooit doe. Er werden weinig woorden gebruikt die avond. Elke cel in mijn lichaam schreeuwde om zijn aanraking. Zijn vastberaden groene ogen straalden beelden mijn hoofd in. Flarden van momenten waarin hij mij vurig verslond. Opkomende kriebels verspreidden zich als een virus door mijn buik en binnen een uur was ik niet meer te redden: ik was verliefd.

Lees verder

28/04

Waarom ze die avond niet is meegegaan, wist ze niet te vertellen. Op 28 april 2007 kreeg mijn oma ‘s avonds bezoek van mijn opa, haar man. Hij vroeg haar of ze met hem mee wilde gaan. Het was zijn sterfdag, hij overleed in 1985. Ze vertelde dat hij aan haar verschenen was, maar dat ze het nog geen tijd vond om te vertrekken, hoezeer ze hem ook miste. Bovendien had ze haar schoenen niet aan, dus kon het ook eigenlijk niet. Dat was de reden dat ze er nog was.

Ze wilde blijven en ze had haar schoenen niet aan.

Op 28 april 2008 is mijn oma overleden, precies 23 jaar nadat mijn opa ging. Ze zat in haar comfortabele stoel en terwijl ze binnen nooit schoenen droeg, had ze deze nu wel aan haar voeten. Het kan niet anders, dan dat mijn opa opnieuw is langsgekomen en dat ze er klaar voor was.

Een mooie gedachte bij een groot gemis.

meisje-ballon

Ontsnapt

Een paar dagen geleden was de kerk in Waalwijk de allermooiste kerk. Niet mooi omdat het er heel licht was en hoog, rijk aan glas in lood en vol oude houten bankjes die zachtjes zuchten onder je gewicht. Nee. Even was het de allermooiste kerk, omdat er een overweldigend gevoel van liefde voelbaar was. Er hingen grote zwart-wit foto’s en er waren ontelbaar veel ballonnen, allemaal wit of roze getint. Kaarsjes dansten zacht op de muziek. Vooraan een kleine zee van bloemen. Op de foto’s een ondeugend gezichtje. Een meisje van anderhalf jaar, met haar mooie mama, met haar knappe papa en samen als drie-eenheid op beeld vereeuwigd. De foto’s toonden trots, geluk en ademde liefde. De oneindige liefde van twee ouders voor hun kleine heldin. Bovenin de kerk hing één ballon, een roze. Rustig ontsnapt, net zoals zij dat deed. Maar ze mocht dan ontsnappen uit het leven, ze zit voor altijd veilig in ons hart.

middagdutje

Middagdutje

Zijn jongenskamer. Alle muren donkerblauw op eentje na. De schuine wand is wit en bezaaid met foto’s van lachende gezichten, op sommige zie ik mezelf met een verschrikkelijke pony. Door het open raam van de dakkapel valt warm licht van de middagzon de kamer binnen. Het is midden juli en Cas ligt bibberend onder de dekens, hij heeft ze zelfs opgetrokken tot over zijn neus. Vanaf de bedrand kijk ik naar zijn donkere piekhaar, naar zijn groene ogen die naar het plafond staren. “Ik kom zo omhoog om je te knuffelen,” klinkt het zwakjes onder het autootjesdekbed vandaan. Zijn ogen lijken in slow motion te sluiten. Telkens als zijn oogleden zakken, ben ik bang dat hij ze nooit meer zal optillen. Voordat de dijk van mijn verdriet weer breekt, schud ik die beklemmende gedachte van me af. Huilen doe ik thuis wel.

“Blijf maar liggen, ik kom wel bij jou.” Voorzichtig duw ik hem wat naar het midden en ga dan op mijn zij naast hem liggen. Eén been sla ik over hem heen, zo liggen we wel vaker. Voordat ik mijn ogen sluit, druk ik een snelle kus op zijn linker slaap. Hij voelt koud aan en is eigenlijk al te moe om ooit nog wakker te worden. In zijn stem hoor ik toch een glimlach: “Mooie dromen kleine.”

Soms denk ik terug aan die middagdutjes in zijn jongenskamer en vraag ik mij af wat er in zijn eeuwige droom gebeurt. Dan hoop ik vurig dat we elkaar daar nog eens ontmoeten, want in mijn slaap kom ik hem al even niet meer tegen.

opa

Opa

Mijn grootouders gaan naar huis. Sam, het hondje dat we opa ooit voor zijn verjaardag gaven, krabbelt nerveus aan de voordeur en piept. Hij weet dat het tijd is om te gaan. Terwijl oma haar jas aantrekt, zeg ik opa gedag.

Na drie kussen pakt hij me bij mijn bovenarmen en kijkt hij een beetje zorgelijk. “Hoe gaat het allemaal in de liefde meisje?” vraagt hij. Ik lach wat ongemakkelijk en hij gaat verder: “Het houdt me bezig hoor.”

Mijn opa is een boef met een hart van goud. Hij drinkt het liefst cola tic, rookt stiekem sigaretten met mijn moeder op hun balkonnetje en hij doet niets liever dan zijn kleinkinderen  op de kast jagen. Vooral mij, want ik hap altijd. Het is een man van weinig woorden, maar kom niet aan zijn familie. En als hij boos op je is, dan gromt hij. Sam is zijn grootste vriend en hij is dol op mijn oma. Voor mijn gevoel zijn ze al honderd jaar samen en nog altijd gelukkig. Lees verder

draak

De prinses en de draak

‘Jij gaat backpacken?’ Hij legt de nadruk op ‘jij’ en kijkt me geamuseerd aan. Ik zie aan zijn ogen dat hij me op de kast probeert te jagen. De draak, het lukt hem iedere keer weer. ‘Is dat raar?’ vraag ik zonder hem aan te kijken. Onzeker friemel ik aan de touwtjes van de deken waar ik op zit. Hij zit met een kussen in zijn rug tegen de muur en is duidelijk op oorlogspad. ‘Je weet dat je dan op straat moet eten en in goedkope hostels slaapt toch? Geen hotel hè.’ Ik vertelde vol enthousiasme over mijn reisplannen en hij kan er alleen om lachen. ‘Je bent een prinses, die doen dat niet. In een tentje op Lowlands is niet hetzelfde.’ Ik schenk hem een valse glimlach terwijl ik met mijn handen mijn dekbed probeer te wurgen.

Het bloed onder mijn nagels is niet veilig in zijn aanwezigheid. Hij is als Call Me Maybe van Carly Rae Jepsen. Tegelijkertijd aanstekelijk, irritant én op repeat. Maar wát hij zegt, komt wel hard bij me binnen. Ben ik echt zo’n prinsesje?  Lees verder